Iedereen heeft een mate van sensitiviteit. Sensitiviteit is gevoeligheid voor dat wat buiten je gebeurt en je via je zintuigen opvangt. Deze prikkels van buitenaf worden intern verwerkt en dat vindt voor een groot deel in je onbewuste plaats.
De mate van gevoeligheid is o.a. onderzocht door de psychologe E. Aron. Sensitiviteit blijkt een aangeboren eigenschap en er bestaat een natuurlijke variatie in gevoeligheid die bij mensen én dieren voorkomt. Uit onderzoek blijkt dat 40% weinig sensitief is, 40% matig sensitief en 20% hoog sensitief. Hoog sensitief betekent volgens E. Aron dat je geboren bent met 'hardware' die relatief veel van wat er wordt waargenomen (prikkels) verwerkt.

Omdat ik mezelf in de omschrijving van hoogsensitieve personen herken en ik ook vragen krijg over wat dat voor mij betekent wil ik op deze pagina wat extra aandacht hieraan besteden. Mogelijk dat je jezelf in mijn ervaringen herkent en dat zou mooi zijn, want hoogsensitieve personen hebben juist door hun eigenschap een stapje voor om hun eigen hart te vinden, omdat hun gevoel hun zal leiden.
Mij heeft het een leven in vrijheid en rust gegeven en ik ervaar mijn sensitiviteit niet meer als last, maar heb de kwaliteit ervan ontdekt.
Voor hoogsensitieve mensen is het nuttig om met deze sensitiviteit om te leren gaan. Voor mensen die minder sensitief zijn is het nuttig om hun sensitiviteit te leren ontdekken en ontwikkelen. Uiteindelijk is dat in balans komen met jezelf.
Omgevingsgevoeligheid
Prikkels vanuit de omgeving raken een hoogsensitief persoon (HSP'r) diep en gevoelens en gedachten spelen hierbij een rol. Voorheen wist ik niet dat ervaringen door ieder anders worden verwerkt. In vergelijking met anderen vond ik mezelf raar. Ik schrok snel van geluiden, kroop ineen bij het zien van heftige gebeurtenissen op televisie of bij spannende films en raakte in paniek bij onverwachte gebeurtenissen. Vanuit mijn omgeving kreeg ik te horen dat ik kleinzerig, angstig en verlegen was en dat ben ik ook gaan geloven. Ik durfde niet meer te zeggen wat ik voelde en dacht, omdat ik daarmee niet geaccepteerd werd voor wie ik was en dat deed pijn. Ik besloot me niet meer kwetsbaar op te stellen en nam een stoere houding aan en daarmee overschreeuwde ik mezelf. Hiermee leefde ik de stoerheid waarvan ik dacht dat het gewenst was en ik was dus niet gewoon mezelf.
Nu weet ik dat ik kwetsbaar mag zijn, dat gebeurtenissen zorgen voor roering in mijn lijf en ik mag daarbij mijn eigen gedachten hebben. Ik weet inmiddels ook dat gedachten over mijn gevoel ervoor kunnen zorgen dat ik onrustig word en door dat te herkennen is het voor mij een stuk rustiger. Mijn gevoel mag er zijn, ik kan mijn gevoel gebruiken om keuzes te maken in mijn leven.
Contact met anderen
In contact met andere mensen was ik verlegen en angstig, ik sloot mezelf het liefste af. Ik vond de contacten vermoeiend en kon misselijk ervan worden. Ik voelde haarfijn aan wat de ander verlangde, ik pikte als het ware de energie van de ander op en wilde daaraan tegemoet komen. Een tijd na het contact kreeg ik nog inzichten of ingevingen over dat wat de ander bezig hield. Ik was als het ware bezig alle prikkels die ik van de ander opgevangen had te verwerken. Dit kon er ook voor zorgen dat ik ging piekeren.
Nu begrijp ik dat ik toen vooral bezig was mijn aandacht op de ander te richten om te zorgen dat de ander zich goed voelde en ik vergat daarbij voor mezelf en eigen energie te zorgen. Hierdoor verloor ik mijn eigen wensen en doelen uit het oog en raakte ik overbelast en uit balans.
Ik heb geleerd mijn eigen energie te herkennen en mijn aandacht te verdelen tussen mezelf, de ander en de dingen die ik waardevol vind, door te begrijpen wat ik voel, hoe ik gewend was te reageren en hoe ik vanuit mijn hart wil reageren en hiervoor mijn verantwoordelijkheid neem. Het verwerken van de prikkels vind ik nu een boeiend aspect. Na een nieuwe ervaring of drukke omgeving heb ik wat tijd nodig om tot rust te komen. Alle informatie borrelt als het ware nog na in mijn lijf en daar wil ik graag aandacht aan geven, omdat het mij inzichten geeft. Ik krijg dan woorden en beelden voor ogen en ik evalueer als het ware de ontvangen informatie.
Fantasie en creativiteit
Naast mijn angst en verlegenheid had ik een rijke fantasie en ook dat werd niet altijd begrepen. Deze fantasie was de uiting van de inspiratie die ik kreeg door de prikkels van buitenaf. Ik kreeg vaak opmerkingen als "ik kan jou niet volgen", "je kunt ook overdrijven", "doe normaal dan doe je gek genoeg". Ik voelde me niet begrepen en kreeg het idee dat fantasie en creativiteit niet gewenst waren. Ik probeerde daarom zoveel mogelijk aan de norm van de buitenwereld te voldoen. Leven volgens de regels en normen van anderen zorgde ervoor dat ik het goed deed.
Ik leefde vooral vanuit mijn ratio, door te denken hoe het moest, en liet mijn gevoel niet meedoen. Door mijn opmerkzaamheid en oog voor detail en het zien van verbanden kwam ik in de knoop met mezelf. Het kon nooit perfect genoeg zijn.
Nu begrijp ik dat ik mezelf hiermee eigenlijk begrensde, ik kon niet ten volle mezelf zijn.
In de schilderijen die ik in die jaren gemaakt heb, herken ik nu de begrensde emotie van toen. Gelukkig ben ik nu vrij en hoef ik niet meer binnen die lijntjes te blijven. Ik mag mijn eigen waarden leven en goed is voor mij goed genoeg. Ik neem verantwoordelijkheid voor dat wat ik wil bereiken door actie te ondernemen en ook op tijd weer afstand te nemen, zodat er ruimte ontstaat in het patroon van handelen en creativiteit kan blijven stromen. Fantasie en creativiteit geven uiting aan wie ik ben.
Herken je je hierin? Lees verder